De Belgische industriële vloer- en wandtegel
geschiedenis.
Vanaf de vroege Middeleeuwen bestond er in België een belangrijke productie van keramische tegels.
In de 16de eeuw was Antwerpen zelfs één van de belangrijkste Europese productiecentra van technisch
hoogstaande majolicategels. Na de val van Antwerpen in 1585 verloren onze streken hun leiderspositie
en pas vanaf de tweede helft van de 19de eeuw won de tegelindustrie opnieuw aan belang, zowel op
economisch als op artistiek vlak. De traditionele productie werd aangevuld met moderne aardewerkin-
dustrie. Dit danken we vooral aan de familie Boch die vele belangrijke vernieuwingen in de keramieknij-
verheid introduceerden op het Europese continent.
In de jaren 1850 begonnen ze met de invoering van de techniek van het droogpersen en vanaf 1846
met de productie van ‘encaustic tiles’ of ingelegde vloertegels naar Engels voorbeeld. Deze steengoed
vloertegels werden haast onmiddellijk een groot commercieel succes. Nieuwe en vaak openbaar toe-
gankelijke gebouwen zoals stations, hotels, stadhuizen, bibliotheken enz. vroegen niet alleen visueel
aantrekkelijke tegels maar ook duurzame en makkelijk te onderhouden bouwmaterialen.
Nieuw opgerichte fabrieken als de Carrelages Céramiques de Chimay, Maufroid frères & soeur; de
Compagnie Générale des Produits Céramiques de Saint-Ghislain; de S.A. des Carrelages et Produits
Céramiques de Chimay te Forges-lez-Chimay; La Céramique Nationale; de Compagnie des Produits
Céramiques de Saint-Remy ; de Société Générale de Produits Réfractaires et Céramiques de Morial-
mé; de Manufactures Céramiques d’Hemixem, Gilliot Frères uit Hemiksem bij Antwerpen en La Nou-
velle Céramique Amay volgden hun voorbeeld en daarmee groeide ook de concurrentie en de wereld-
wijde reputatie van de Belgische tegelproductie.
Naast de keramische vloertegel veroverde ook de ingelegde, in de massa gekleurde cementtegel door
zijn gunstige prijs-kwaliteit verhouding vanaf ongeveer 1871 vrij snel de internationale markt en bleef
tot de Tweede Wereldoorlog eveneens een veelgevraagd Belgisch product.
Cementtegels waren minder slijtvast dan de keramische tegels, maar ze waren wel veel minder duur en
voor leken moeilijk van elkaar te onderscheiden aangezien vormen en motieven grotendeels gelijkliepen.
Ook de wandtegelindustrie kreeg hierdoor
een belangrijke impuls. Al gauw kwamen
naast Neogotische of Neorenaissance
ontwerpen ook door de Perzische of Oos-
terse kunst beïnvloede tegels op de markt.
Het aanbod liep parallel met de groeiende
waardering voor polychromie in de archi-
tectuur. Tijdens de art-nouveau periode
werden de diverse mogelijkheden van de
industriële wandtegel in België ten volle
benut.
Hoewel de meest toonaangevende archi-
tecten uit de Belgische art nouveau bewe-
ging – Henry van de Velde, Paul Hankar
en Victor Horta - vrij snel belangstelling
voor het gebruik van bouwkeramiek ver-
toonden, is het vooral in het oeuvre van
jongere en minder bekende architecten dat men het gebruik van
tegels, tegelpanelen of bouwkeramiek in overvloed aantreft.
Nieuwe bedrijven werden opgericht waaronder, Baudoux & Cie,
Maison Helman en Manufactures Céramiques d’Hemixem - Gilliot
Frères. In 1914 produceerde Gilliot al 250.000 tegels per dag.
De Eerste Wereldoorlog was een periode van stilstand. Pas nadien
kwam de productie opnieuw op gang. De droog geperste industri-
ele tegel kende snel een enorm succes omdat het product op grote
schaal en tot in arbeiderswoningen werd geplaatst.
Geleidelijk aan brachten nieuwe stijlopvattingen, waaronder de art
deco en het modernisme, samen met de financiële crisis en stijgende
arbeidslonen vrij snel een eind aan de productie van de
gedecoreerde tegels. Men maakte ook vaak de keuze om effen tegels
in mozaïek te gebruiken.
Na de Tweede Wereldoorlog werd al vlug duidelijk dat de Belgische tegelindustrie economisch niet
meer kon concurreren met de productie in lagere loonlanden. Eén voor één sloten nagenoeg alle tegel-
fabrieken in de jaren 1950-1980.
Een bloeiende industrietak uit onze vaderlandse geschiedenis was daarmee volledig teloorgegaan.
Naar onderzoek door dr. Mario Baeck
Zoals u kan afleiden zit de kennis en de ziel van de decoratieve wand- en vloertegels in het DNA van
het Belgische Revoir Paris. Nog steeds ontdekken we prachtige creaties die ons opnieuw inspireren om
unieke collecties te ontwikkelen.
Rekening houdend met de huidige kleur- en stijl tendensen evenals technische en ecologische noden
ontwikkelen wij nieuwe decoratieve tegels die universeel geïntegreerd kunnen worden.
REVOIR PARIS